maandag 9 maart 2015

Proefschrift: Trainen met lage inspanningsintensiteit maakt mensen met een dwarslaesie niet fitter

Twee keer per week rolstoelrijden met een lage trainingsintensiteit blijkt weinig tot geen effect te hebben op fitheid en activiteit bij mensen die al lang een dwarslaesie hebben. Dat ontdekte Jan van der Scheer in zijn promotieonderzoek. Zijn onderzoek laat zien hoe lastig het is om een effectieve en praktisch uitvoerbare training te vinden voor fysiek inactieve mensen die al lang een dwarslaesie hebben.

Door verlamming en een rolstoelgebonden leven is het moeilijk voor mensen met een dwarslaesie om fysiek actief en fit te blijven. Door te trainen met een hoge inspanningsintensiteit kan de fitheid verbeteren, maar dat is misschien ook te belastend voor deze groep. Van der Scheer was daarom benieuwd of trainen met een lage inspanningsintensiteit ook positieve effecten heeft.

Om dit te onderzoeken, deelde hij 29 deelnemers door loting in twee groepen in: een trainingsgroep of een niet-trainende controlegroep. De eerste groep ging gedurende 16 weken twee keer per week rolstoelrijden op een lopende band met een inspanningsintensiteit van 30 tot 40% van de maximale capaciteit. Tegen de verwachtingen in, liet de trainingsgroep weinig tot geen verbeteringen zien in fitheid, rolstoelvaardigheden, fysieke activiteit en techniek van het rolstoelrijden. De training lijkt helaas dus weinig effectief.

Vaker trainen in het revalidatiecentrum bleek niet haalbaar voor de meeste deelnemers, terwijl dit waarschijnlijk wel nodig is voor fitheidsverbeteringen. Hieruit blijkt de noodzaak voor het zoeken naar praktisch uitvoerbare trainingsvormen, bijvoorbeeld in of dichtbij huis. De bevindingen wijzen erop dat het lastig is voor mensen die al lang een dwarslaesie hebben om fit te blijven en om effectief te trainen. Dit is een extra reden om te kijken of en hoe mensen met een dwarslaesie geholpen kunnen worden om te voorkomen dat ze fysiek inactief en minder fit worden.

Voor grote effecten moet er dus kennelijk vaker getraind worden of zijn andere trainingsvormen nodig. Dit zijn aanknopingspunten voor toekomstig onderzoek. Bij dit soort onderzoek dienen individuele drijfveren en mogelijkheden centraal te staan, zoals dat gedaan wordt in het programma Revalidatie, Sport en Bewegen.

Jan van der Scheer (Apeldoorn, 1986) studeerde Bewegingswetenschappen aan de Vrije Universiteit van Amsterdam. Hij verrichtte zijn promotieonderzoek binnen het Centrum voor Bewegingswetenschappen in Groningen en in de revalidatiecentra Heliomare en UMCG locatie Beatrixoord. Het onderzoek werd gefinancierd door Fonds NutsOhra. De titel van het proefschrift is: “Low-intensity wheelchair training in inactive people with long-term spinal cord injury”. De openbare verdediging is op 18 maart 2015 om 12.45 in het Academiegebouw in Groningen.