vrijdag 24 april 2015

Sport en bewegen voor mensen met een beperking blijft aandacht vragen! Volwassenen met een motorische beperking sporten en bewegen het minst

Volwassenen met een chronische aandoening, slechtere psychische gezondheid of lichamelijke beperking sporten en bewegen minder vaak dan volwassenen die deze gezondheidsproblemen niet hebben. Met name een motorische beperking heeft negatieve gevolgen op het sport- en beweeggedrag. Dit blijkt uit onderzoek dat het RIVM heeft uitgevoerd in opdracht van het Ministerie van VWS en dat op 23 april is gepresenteerd. Voor dit onderzoek is gebruik gemaakt van data van ruim 380.000 volwassenen uit de Gezondheidsmonitor Volwassenen GGD’en, CBS en RIVM 2012 die een vragenlijst hebben ingevuld met vragen over onder andere chronische aandoeningen, lichamelijke beperkingen en het sport- en beweeggedrag.

 Van de gezonde Nederlandse volwassen bevolking voldoet 55% van de 19-54 jarigen en 84% van de 55+’ers aan de Nederlandse Norm Gezond Bewegen (NNGB): tenminste vijf dagen per week gedurende 30 minuten matig intensief bewegen. Twee derde van de 19-54 jarigen sport wekelijks, bij de 55+’ers is dat iets meer dan de helft. Van de mensen met een motorische beperking voldoet slechts 33% (19-54-jarigen) en 42% (55+) aan de NNGB. Een derde van de 19-54 jarigen met een motorische beperking sport wekelijks en een vijfde van de 55+’ers. Mensen met een motorische beperking ervaren problemen bij het bewegen, (gaan) zitten, lopen, veranderen van hun houding, balans of arm- handfunctie. De beperking kan het gevolg zijn van een ziekte, ongeluk of aangeboren afwijking. Motorische beperkingen komen bij ongeveer één op de twintig van de 19-54 jarigen voor en bij één op de zes 55+’ers.

Aanknopingspunten lokaal en regionaal beleid

Het RIVM heeft de resultaten van het onderzoek beschreven in een rapport.  Behalve landelijke cijfers biedt het rapport overzichtskaarten met regionale cijfers over gezondheidsproblemen en sport- en beweeggedrag. Deze kaarten bieden lokale en regionale overheden prima aanknopingspunten voor het te voeren sport- en beweegbeleid. Via www.volksgezondheidenzorg.info (onderdeel gehandicaptensport) zijn diverse overzichtskaarten beschikbaar.

 
Blijvende aandacht nodig

Het rapport geeft voor diverse groepen volwassenen met een beperking inzicht in de omvang van de populaties en de mate van achterstand in sport- en beweegdeelname. Sporten en bewegen heeft positieve effecten op de fysieke, mentale en sociale gezondheid. Dit geldt ook voor mensen met een beperking of aandoening. Om te zorgen dat ze meer structureel sporten en bewegen is het belangrijk inzicht te krijgen in hun behoeften, de belemmeringen die ze ervaren bij sporten en bewegen en de mate waarin het huidige lokale en regionale sport- en beweegaanbod aansluit bij hun behoeften.

Programma’s zoals Special Heroes, sportstimuleringsprogramma in het speciaal onderwijs, en Revalidatie, Sport en Bewegen richten zich erop dat leerlingen uit respectievelijk het speciaal en speciaal voortgezet onderwijs en revalidanten ontdekken welke sport- en beweegactiviteit het beste bij ze past en structureel gaan sporten en bewegen. Een flinke uitdaging voor de komende jaren is een goede match te creëren tussen het lokale en regionale sport- en beweegaanbod en het aanbod waar mensen met een beperking in diezelfde regio behoefte aan hebben. Dat is tevens een van de speerpunten in het nieuwe beleidskader ‘gehandicaptensport’ dat gisteren op Papendal is gepresenteerd.

Onbeperkt Sportief draagt hieraan bij, niet alleen door de genoemde programma’s maar ook door het sport- en beweegaanbod en de behoeften van mensen met een beperking in een gemeente in kaart te brengen via de Gemeentelijke Sportmatch Gehandicapten die samen met het Mulier Instituut wordt uitgevoerd. Onbeperkt Sportief vindt het belangrijk dat nog meer mensen met een beperking kunnen sporten en bewegen en dat kan alleen door een goede match van vraag en aanbod van sport- en beweegactiviteiten.